Strengere regeling voor slapende vennootschappen

De Belgische wetgever heeft reeds heel wat verschillende controleregels opgelegd voor vennootschappen, waarbij het neerleggen van de jaarrekening één van de belangrijkste is. Wanneer een vennootschap evenwel nalaat dit tijdig te doen, dan maakt artikel 182 van Wetboek van Vennootschappen het mogelijk om de vennootschap in kwestie te laten ontbinden. Dit artikel is nu door de wet van 17 mei 2017 fors verstrengd: Marlex gaat hier kort even op in.

Sinds de invoering van het Wetboek van Vennootschappen was de ontbinding van een slapende vennootschap slechts mogelijk indien de vennootschap in kwestie gedurende drie opeenvolgende boekjaren geen jaarrekening had neergelegd. Deze voorwaarde is voortaan drastisch versoepeld: wanneer reeds eenmalig nagelaten wordt om een jaarrekening neer te leggen, dan kan de rechtbank van koophandel de vennootschap in kwestie al ontbinden. Deze vordering kan ten vroegste worden ingesteld na het verstrijken van een termijn van zeven maanden na afsluiting van het boekjaar. Dit moet het voor de rechtbanken mogelijk maken om vennootschappen die in gebreke blijven met één van hun voornaamste verplichtingen, sneller uit het handelsverkeer te maken.

Daarnaast krijgen ook de kamers voor handelsonderzoek een grotere rol: ze verwerven een initiatiefrecht om de vordering tot ontbinding in te stellen, waardoor ook de opsporingsmogelijkheden verschuiven van het Openbaar Ministerie naar de rechtbanken zelf. De kamers voor handelsonderzoek vormen een afzonderlijke kamer binnen de rechtbanken van koophandel en zijn momenteel voornamelijk actief bij de opsporing en opvolging van ondernemingen en moeilijkheden. Aangezien zij de bevoegdheden hebben om alle rechtspersonen met een economische activiteit te volgen, vormen zij de ideale instantie om na te gaan of de rechtspersonen ook daadwerkelijk en effectief een activiteit uitoefenen.

Verder blijft de wetgever oog hebben voor het menselijk karakter achter een vennootschap. Het niet-neerleggen van een jaarrekening kan eveneens te wijten zijn aan een loutere vergetelheid, waarvoor een ontbindende hakbijl een al te zware sanctie zou vormen. Het nieuwe artikel 182 van het Wetboek van Vennootschappen blijft dit dan ook respecteren en houdt nog steeds de mogelijkheid van een regularisatietermijn in. Enkel wanneer de vennootschap reeds ambtshalve zou zijn geschrapt uit de KBO, niet verschijnt voor de kamer voor handelsonderzoeken of indien de bestuurders niet over afdoende beroepsbekwaamheid beschikken, kan de ontbinding zonder regularisatie plaatsvinden.

Identiek blijft dat de rechtbank na ontbinding vereffenaars zullen aanstellen om het afsluiten van de ontbonden vennootschap volledig af te ronden. De nieuwe wetgeving voegt wel enkele bijkomende bepalingen toe over hoe de bestuurders en zaakvoerders moeten handelen na de ontbinding: ze zijn gehouden om op alle oproepingen in te gaan en moeten samenwerken met de vereffenaars om de boeken van de vennootschap af te sluiten.

Nieuw is verder dat de rechtbank de onmiddellijke afsluiting van de vereffening kan bevelen zonder de aanstelling van een vereffenaar. Dit kan in het geval de belanghebbende de aanstelling van een vereffenaar niet expliciet vordert.

De nieuwe regeling geldt vanaf 12 juni 2017. Ze koppelt strengere sancties aan het niet tijdig neerleggen van de jaarrekening en houdt dus bijhorende verantwoordelijkheden in voor de bestuursorganen en de cijferberoepers. Een regularisatie blijft mogelijk maar dit brengt uiteraard ook weer bijkomende en onnodige kosten met zich mee.

Auteurs
Pieter Van Aerschot
Pieter Van Aerschot