Mag een schuldeiser kiezen hoe hij zijn schulden invordert? Cassatie brengt duidelijkheid

Sinds de ‘Potpourri I-wet’ van 2016 van minister Geens, bestaat er een nieuwe administratieve invorderingsprocedure voor onbetwiste geldschulden in B2B-zaken, los van enige gerechtelijke tussenkomst (de IOS-procedure). In de nieuwsbrief van 29 november 2016 zette Marlex de hoofdprincipes van deze procedure reeds op een rijtje. Een belangrijk discussiepunt is echter of de schuldeiser nu vrij mag kiezen tussen de IOS-procedure en de ‘gewone’ gerechtelijke invordering. Het Hof van Cassatie heeft in haar arrest van 12 oktober 2017 de lagere rechtspraak teruggefloten en geoordeeld dat de schuldeiser van een onbetwiste geldschuld in een B2B-zaak, inderdaad mag kiezen welke van beide pistes hij volgt. Marlex licht u kort de onderliggende discussie en de redenering van het Hof toe. 

IOS: verplicht of facultatief? Discussie in de lagere rechtspraak

De IOS-procedure laat in B2B-zaken toe dat een schuldeiser op een vlotte en eenvoudige manier een onbetwiste geldschuld invordert zonder hiervoor naar de rechter te moeten stappen. Een vraag die hierbij vrijwel meteen rees, was of een schuldeiser deze procedure al dan niet verplicht moest aanwenden in de plaats van een gerechtelijke invorderingsprocedure.

Bepaalde afdelingen van de rechtbank van koophandel zijn van mening dat de IOS-procedure verplicht moet worden toegepast als aan alle toepassingsvoorwaarden is voldaan. Indien de schuldeiser toch voor een gerechtelijke invordering kiest, leggen sommige rechters zelfs de gerechtskosten ten laste van de in het gelijk gestelde schuldeiser, of leggen ze soms een boete op voor procesrechtsmisbruik. De verantwoording is dat de gerechtskosten in zo’n geval ‘nutteloos’ zijn, waardoor ze volgens een ruime interpretatie van de wet, ten laste van de eiser mogen gelegd worden.

Verduidelijking door het Hof van Cassatie

Deze zienswijze wordt echter niet alleen tegengesproken door het hof van beroep te Gent, maar nu dus ook door het Hof van Cassatie in haar arrest van 12 oktober 2017.

Ten eerste spreekt het Hof uitdrukkelijk de redenering tegen dat nutteloze gerechtskosten ten laste van de eiser mogen gelegd worden. De wetsbepaling waarop de rechtbank van koophandel zich baseerde, stelt namelijk dat zo’n kosten enkel ten laste van de ministerieel ambtenaar mogen worden gelegd die ze heeft veroorzaakt. Het Hof aanvaardt dus niet de ruime opvatting dat dit wetsartikel ook zou mogen toegepast worden ten nadele van een procespartij.

Ten slotte oordeelt het Hof dat de IOS-procedure wel degelijk facultatief is. Hiervoor verwijst het Hof vooreerst naar de parlementaire voorbereidingen en naar de tekst van de wet zelf. Bovendien wijst het Hof erop dat de schuldeiser via de IOS-procedure, slechts 10% van de hoofdsom van de schuld kan vorderen bij wijze van interesten en schadevergoeding. Hieruit volgt dat de keuze voor de gerechtelijke invordering noch als een fout, noch als procesrechtsmisbruik kan worden beschouwd.

Toekomst en praktische gevolgen? 

Met dit arrest maakt het Hof van Cassatie dus duidelijk dat de veroordeling tot eventuele nutteloze gerechtskosten slechts het gevolg kan zijn van een fout of procesrechtsmisbruik. Dit wordt sinds 1 januari 2017 ook uitdrukkelijk door de wet vereist. Het louter kiezen voor een gewone gerechtelijke procedure in de plaats van de IOS-procedure valt alvast niet onder één van beide criteria.

Tot slot moet natuurlijk nog geval per geval de afweging worden gemaakt welke van beide procedures het best wordt aangewend. Hoewel de IOS-procedure eenvoudig en vlot verloopt, is een belangrijk nadeel het feit dat de interesten en schadevergoedingen maximaal 10% van de hoofdsom van de schuld kunnen bedragen. In een gewone gerechtelijke procedure is deze beperking niet van toepassing. Daarnaast zijn de advocatenkosten in een IOS-procedure volledig voor de eisende partij, omdat hier geen rechtsplegingsvergoeding kan gevorderd worden, in tegenstelling tot in een gewone gerechtelijke procedure. Uiteraard maakt Marlex steeds voor u de correcte afweging tussen beide procedures en zal Marlex voor uw concreet dossier telkens de meest geschikte strategie bepalen.

Auteurs
Thomas Vansteenkiste
Thomas Vansteenkiste