De nieuwe pandwet treedt (eindelijk) in werking op 1 januari 2018

Op 1 januari 2018 treedt de nieuwe pandwet in werking, samen met het langverwachte Nationaal Pandregister. Dit register is ongetwijfeld de belangrijkste innovatie die deze wet – na een jarenlang uitstel – zal invoeren. Marlex somt voor u een aantal van de belangrijkste nieuwigheden op. 

Totstandkoming pandovereenkomst door loutere wilsovereenstemming 

De oorspronkelijke regeling van het pandrecht voorzag dat een pandovereenkomst slechts geldig tot stand kon komen door de werkelijke buitenbezitstelling van de verpande goederen. Dit kwam er dus op neer dat de roerende goederen die in pand werden gegeven, ook effectief moesten afgegeven worden aan de pandhouder. Een belangrijk nadeel hiervan was bijvoorbeeld dat de pandgever de bezwaarde goederen dan ook niet zelf meer kon gebruiken om er inkomsten mee te verwerven, waarmee hij vervolgens zijn schuld aan de pandhouder kon betalen.

De nieuwe pandwet maakt komaf met dit principe, en stelt voortaan dat de pandovereenkomst in de regel tot stand komt door loutere wilsovereenstemming en zonder dat de afgifte van de bezwaarde goederen nog langer vereist is.

Tegenstelbaarheid nu ook mogelijk door registratie in Nationaal Pandregister 

Vroeger kon een pandrecht ook slechts aan derden tegenstelbaar gemaakt worden door de effectieve buitenbezitstelling. Hoewel deze piste nog steeds mogelijk blijft (men spreekt dan over een ‘vuistpand’), voorziet de nieuwe wet nu in de algemene mogelijkheid om niet alleen een pandrecht, maar ook het recht op eigendomsvoorbehoud te laten registreren – en dus tegenstelbaar te maken – in het Nationaal Pandregister (het zogenaamde ‘registerpand’).

Het pandregister is een volledig elektronisch systeem waarin de houder van een pandrecht of een recht van eigendomsvoorbehoud, zelf tot registratie kan overgaan. De toegang tot het pandregister gebeurt door identificatie via eID. Wie regelmatig het pandregister gebruikt (zoals een bank), kan ook de status van ‘geregistreerde gebruiker’ verkrijgen door een overeenkomst af te sluiten met de bewaarder van het pandregister. De toegang tot het register is dus zeer eenvoudig, maar ieder gebruik ervan is wel tegen betaling van een retributie, die naargelang het geval tussen de 5 en de 500 euro zal liggen.

De komst van dit pandregister biedt verschillende voordelen. Naast de minder omslachtige werkwijze om een pandrecht of een recht van eigendomsvoorbehoud tegenstelbaar te maken, brengt het pandregister ook met zich mee dat de rangregeling tussen verschillende pandhouders op eenzelfde goed zeer eenvoudig kan vastgesteld worden. De rang wordt namelijk bepaald door de datum van registratie.

Uitzondering: pand op schuldvorderingen 

De wetgever koos er wel voor om de inpandgeving van schuldvorderingen te beperken tot een vuistpand. Dit komt omdat de persoon die het pand op de schuldvordering verkrijgt, dit aan de verpande schuldenaar ter kennis moet brengen om de controle over de schuldvordering te verkrijgen en dus rechtstreeks door die schuldenaar betaald te worden. Een bijkomende registratie is dan ook onnodig. Bovendien, stel dat op een latere datum ook nog tot registratie zou worden overgegaan in het pandregister, dan is de datum in het register niet voldoende betrouwbaar om de rang van de pandhouder te bepalen.

Uitwinning vereenvoudigd 

Tot slot wordt de uitwinning van een pandrecht veel eenvoudiger. Waar de pandhouder vroeger naar de beslagrechter moest gaan, kan hij volgens de nieuwe pandwet gewoon zelf – weliswaar via de gerechtsdeurwaarder – overgaan tot de verkoop van de bezwaarde goederen. Hierbij is het dan wel vereist dat de pandhouder fysiek in het bezit is van de goederen, wat per definitie enkel het geval is bij een vuistpand. Ingeval van een registerpand, waarbij de schuldenaar de afgifte weigert, moet de pandhouder alsnog naar de beslagrechter gaan om de afgifte te bekomen.

Auteurs
Pieter Van Aerschot
Pieter Van Aerschot
Thomas Vansteenkiste
Thomas Vansteenkiste