Grondwettelijk Hof vernietigt effectentaks

In haar arrest van 17 oktober 2019 heeft het Grondwettelijk Hof de Wet van 7 februari 2018 houdende invoering van een taks op de effectenrekeningen vernietigd.

Één van de belangrijkste doelstellingen bij de invoering van de effectentaks bestond erin de grotere vermogens meer te doen bijdragen aan het staatsbudget. Het Grondwettelijk Hof fluit de wetgever echter terug, gezien de wet in verschillende opzichten het grondwettelijk beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie schendt.

De voornaamste schendingen bestaan uit de verschillende behandeling van diverse soorten financiële instrumenten, waarbij bepaalde instrumenten wel en andere dan weer niet onder het toepassingsgebied van de wet vallen, zonder dat hiervoor een objectieve verantwoording wordt gegeven.

Zo worden de effecten op een effectenrekening aan de taks onderworpen, waarbij effect op naam volledig aan het toepassingsgebied van deze wetgeving ontsnappen.

Vastgoedcertificaten, depositobewijzen, thesauriebewijzen en swaps zijn op hun beurt dan weer vrijgesteld, alwaar aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, kasbons en warrants wel onderworpen worden aan de belasting. De wetgever motiveert dit verschil in het gewaarborgd kapitaal waarover de eerste groep instrumenten beschikt, wat de tweede groep niet heeft. Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat dit verschil in behandeling een “kennelijk onredelijke beleidskeuze” uitmaakt.

Ten slotte wijst het Grondwettelijk Hof nog op de mogelijkheid om te ontsnappen aan de belasting wanneer de effectenportefeuille op naam van meerdere titularissen staat.

De gevolgen van de vernietiging gelden slechts voor de toekomst, waarbij de wet blijft gelden voor de taks die verschuldigd is voor de referentieperiodes die eindigen voor of op 30 september 2019. De reeds geïnde taks dient door de fiscus dus niet te worden terugbetaald.

Auteurs
Kim Van Quekelberghe
Kim Van Quekelberghe
Elke Malfait
Elke Malfait