Ziekenhuizen sinds kort in het vizier van de fiscus

Recentelijk kon via de media vernomen worden dat het ziekenhuis Oost-Limburg geconfronteerd wordt met een belastingclaim van meer dan 50 miljoen euro en dit nadat een fiscale controle werd uitgevoerd. De fiscale discussie die aanleiding heeft gegeven tot deze miljoenenclaim, heeft betrekking op de werkwijze van het ziekenhuis bij de uitbetaling van de erelonen van artsen. Aangezien merendeel van de ziekenhuizen eenzelfde werkwijze hanteert bij de uitbetaling van erelonen, kan de uitkomst van de fiscale procedure in het dossier van het ziekenhuis Oost-Limburg wel eens een zeer belangrijk precedent gaan vormen. 

Verschillende artsen werkzaam in eenzelfde ziekenhuis groeperen zich veelal in een soort “pool”. Deze pool ontvangt het totaal van de erelonen dat het ziekenhuis aan de artsen van de pool verschuldigd is. Het ziekenhuis van haar kant doet bijgevolg één enkele betaling aan de pool waarna de pool de erelonen volgens een intern afgesproken verdeelsleutel uitbetaalt aan de verschillende artsen – leden van de pool. Het ziekenhuis zelf heeft meestal geen weet van de verdeelsleutel en heeft bijgevolg geen weet van welk bedrag elke arts afzonderlijk ontvangt.

Naar aanleiding van de betaling van de globale erelonen aan de pool wordt door het ziekenhuis één enkele fiscale fiche opgemaakt op naam van de pool. Er worden geen fiscale fiches opgemaakt op naam van elke arts afzonderlijk.

Juist hier wringt het schoentje volgens de fiscus.

In principe is de schuldenaar van erelonen, commissies,… gehouden een fiscale fiche 281.50 op te maken waarop per inkomstensoort het totaal van toegekende sommen of de waarde van de verleende voordelen tijdens het betrokken boekjaar wordt vermeld. De opmaak van dergelijke fiches moet de fiscus toelaten te controleren of diegene die de erelonen hebben ontvangen deze ook daadwerkelijk hebben aangegeven.

Indien de schuldenaar nalaat dergelijke fiches op te maken zijn de door hem betaalde erelonen en commissies in principe niet aftrekbaar (artikel 57, 1° WIB 1992).

Doordat het ziekenhuis Oost-Limburg geen fiches had opgemaakt op naam van de artsen afzonderlijk, kon zij de betaalde erelonen in principe niet in aftrek brengen van haar resultaat. Doordat het ziekenhuis de betaalde erelonen ten onrechte in aftrek heeft gebracht worden de toekenningen nu onderworpen aan een bijkomende afzonderlijke aanslag van 103%. Dit kostenplaatje kan al snel zeer hoog oplopen.

De vraag stelt zich evenwel of dergelijke afzonderlijke aanslag van 103% in voorkomend geval kan weerhouden worden nu de bijzondere aanslag eigenlijk tot doel heeft het verlies te compenseren van de inkomstenbelasting en de sociale zekerheidsbijdragen die niet van de verkrijgers van de inkomsten – in casu de artsen van de pool – kunnen gevorderd worden. Indien zou blijken dat alle artsen van het desbetreffende ziekenhuis hun inkomsten op een correcte manier hebben aangegeven, lijkt het standpunt van de fiscus om alsnog een taxatie van 103% door te voeren, moeilijk houdbaar.

Doordat de reden van de navordering enkel en alleen te zoeken is in het gebrek aan opgemaakte individuele fiches, kan het ziekenhuis de navorderingen waarmee zij geconfronteerd wordt, niet verhalen op de artsen die hun inkomsten op een correcte manier hebben aangegeven.

Uit de aard van de discussie blijkt dat ziekenhuizen waarbij betalingen aan de pool zijn gebeurd, maar waarbij de fiscale fiches correct werden opgemaakt op naam van de desbetreffende artsen, de dans ontspringen en geen risico lopen op dergelijke navorderingen. Het systeem waarbij globale betalingen aan de pool gebeuren en waarbij de pool zelf via een interne verdeelsleutel de artsen vergoedt, lijkt ons dan ook geen probleem te vormen op fiscaal vlak zolang de fiches individueel op naam van de artsen worden opgemaakt.

Auteurs
Didier Jaecques
Didier Jaecques
Elke Malfait
Elke Malfait