Lot van lopende overeenkomsten tijdens een faillissement

Een faillissement maakt in beginsel geen einde aan een bestaande overeenkomst. Artikel 46 van de Faillissementswet bepaalt evenwel dat de curator kan beslissen of hij de overeenkomst gesloten voor de datum van het vonnis van faillietverklaring en waaraan door dat vonnis geen einde wordt gemaakt, al dan niet verder uitvoert. Ingevolge eerdere Cassatierechtspraak kan de curator echter enkel een overeenkomst beëindigen wanneer een goed beheer van de boedel dit vereist. Maar wat gebeurt er wanneer de curator stilzit en niets doet?

In principe moet de curator dus goed motiveren waarom hij een einde maakt aan een lopende overeenkomst tijdens het faillissement. Wanneer een curator echter stil blijft zitten, kan de partij die de overeenkomst met de gefailleerde heeft gesloten de curator aanmanen om een beslissing binnen vijftien dagen te nemen. Indien de curator binnen vijftien dagen geen beslissing neemt, wordt de overeenkomst geacht door toedoen van de curator te zijn verbroken vanaf het verstrijken van deze termijn. In dat geval is niet vereist dat de beëindiging van de overeenkomst kadert in een goed beheer van de boedel.

Voormeld principe werd bevestigd door het Hof van Cassatie in een arrest van 21 maart 2014. Het Hof stelde immers in haar arrest dat de toepassing van het vermoeden dat een overeenkomst geacht wordt te zijn beëindigd door toedoen van de curator wanneer de curator binnen een termijn van vijftien dagen geen beslissing neemt na daartoe te zijn aangemaand, niet vereist dat de beëindiging van de overeenkomst noodzakelijk is voor een goed beheer van de boedel.

Dit kan evenwel voor vreemde situaties zorgen. De curator zou hierin een achterpoortje kunnen vinden om lopende overeenkomsten te beëindigen zonder een toets aan een goed beheer. Wanneer de curator immers zou kunnen uitlokken dat een partij hem aanmaant om een beslissing te nemen omtrent een lopende overeenkomst, kan de curator gewoon stil blijven zitten om de overeenkomst te doen beëindigen zonder enige motiveringsplicht.

De ondernemer moet dit dus altijd goed in het achterhoofd houden wanneer hij een curator over een faillissement wenst aan te manen om een beslissing te nemen over een lopende overeenkomst die men had gesloten met de gefailleerde, zeker wanneer hij wil dat de overeenkomst verder zou uitgevoerd worden.

Auteurs
Pieter Van Aerschot
Pieter Van Aerschot
Marc D'hoore
Marc D'hoore